Uit je comfortzone: van zekerheid naar groei

Ken je dat? Toe zijn aan iets nieuws, terwijl het idee van verandering je tegelijkertijd de stuipen op het lijf jaagt. Gek is dat trouwens niet. Verandering betekent ook onzekerheid. En dat is eng.

De afgelopen jaren knaagde er regelmatig het gevoel dat ik toe was aan vernieuwing. Doorbreken van mijn jarenlange routine. Verbreden van mijn horizon. Delen van mijn kennis en ervaring. Uit mijn comfort zone. Maar was ik daar klaar voor? Wat was het juiste moment? En wat als ik faal? Wat als ik de verkeerde keuze maak? Allerlei angsten die mij ervan weerhielden om die stap te zetten.

Vertrouwen op jezelf

Ik besloot te onderzoeken of mijn verlangen naar verandering sterker werd – en ja – dat deed het. Ik wilde groeien, maar dat betekende dat ik wel mijn evenwicht moest gaan verliezen. Ik weet van mezelf dat ik moeite heb met het nemen van grote beslissingen, eeuwig kan ik twijfelen. Geen keuze is echter ook een keuze. Met hulp van een loopbaancoach hakte ik de knoop door: ik wilde me niet meer laten tegenhouden door angst. Ik had inmiddels de afgelopen jaren zoveel geleerd en het vertrouwen in mezelf teruggevonden. Ik kon hierdoor leunen op mijn kennis en ervaring. Na 14 jaar besloot ik daarom dat het tijd was. Tijd om mijn vertrouwde werkomgeving met al die fijne mensen achter te laten – niet uit frustratie – maar door mijn toenemende verlangen naar groei en verandering.

Comfortabel worden met ongemak

Ons brein kickt op routine. Wist je dat 95% van ons gedrag automatisch is? Niks mis mee, we zijn als mensen gewoontedieren en deze automatische piloot helpt ons om zoveel mogelijk energie te besparen. Onbewust kiezen we dus allemaal voor de weg van de minste weerstand. Maar we worden er ook lui van. Lui? Ja, lui. Ik merkte dat ik door die jarenlange routine minder creatief werd, minder innovatief en soms zelfs verveeld. Dat leerde ik te accepteren, want hey ‘ik mag niet klagen’.
Ik ging op zoek naar mijn dieper liggende overtuigingen die me ervan weerhielden te veranderen. De voor mij bekende ‘ik kan het toch niet’ en ‘ik ben vast nog niet goed genoeg’ kwamen weer naar boven drijven. Ik wist maar al te goed dat je eigen gedachten niet altijd de waarheid zijn en je er dus ook niet klakkeloos naar hoeft te luisteren. Ook al voelen ze soms nog zo waar, je kunt die innerlijke dialoog aangaan en op de stopknop drukken door te zeggen: I let go of my limiting beliefs that no longer serve me. En daar sprong ik het diepe in.

Meer weten over ombuigen van je negatieve overtuigingen? Lees dan mijn andere blog hierover!

Een leuk weetje: de kracht van kwetsbaarheid 

Ik zal nooit vergeten dat ik in mijn tweede sollicitatiegesprek deze vraag kreeg: ‘Voor welke vraag was je bang als we die zouden stellen’? Ik antwoordde eerlijk dat ik niet bang was voor de vragen maar wel voor het mogelijke antwoord dat ik niet zou voldoen. Een open gesprek volgde waarbij het ging over onzekerheden overwinnen en uitdagingen aangaan. Ik wist niet of het nou wel zo handig was dat ik me kwetsbaar had opgesteld in een sollicitatiegesprek, maar toen ik niet veel later een geruststellend berichtje kreeg met een aanbod wist ik ‘ik ga dit avontuur aan’. Als een organisatie mijn kwetsbare kant waardeert, past dat bij mijn waarden en dan kan ik me committen.

Je evenwicht verliezen brengt groei

Inmiddels zit ik alweer 3 maanden in mijn nieuwe avontuur als Scrummaster bij de Rabobank. Zelfde functie, andere omgeving. Andere mensen, andere cultuur, andere materie, andere taal, andere stad. Vond ik het spannend? Natuurlijk! Heb ik er spijt van? Nee! Ook al waren de eerste maanden pittig – alles is nieuw en niks gaat vanzelf – het zette me weer op scherp. Wat ik tot nu toe heb geleerd? De weg naar groei is nooit een rechte weg. Die gaat vaak gepaard met weerstand en onwennigheid. En dat is oké. Aarden in een nieuwe omgeving kost tijd. Ook dat is oké. Ik leer om de lat niet te hoog te leggen en in kleine babystapjes te denken (hallo Agile!). Ik leer om te observeren en mijn mening uit te stellen. Ik leer om mezelf open en kwetsbaar op te stellen, ook al voelt dat niet comfortabel. Ik leer om eerst te investeren in de basis van vertrouwen, voordat ik overga naar de inhoud. Ik leer dat het oké is dat anderen ook aan mij moeten wennen en dat dat niets afdoet aan mij als persoon.

Waarom een keuze eigenlijk nooit een foute keuze is

Nog een les die ik mocht leren. Iets veranderen kost altijd tijd en energie. En iedere verandering gaat gepaard met winst en verlies. Het verlies voelt alleen op korte termijn meestal sterker dan de winst. Het gemis van collega’s, het bekende en het gemak waarmee alles me afging. Ik moest hier letterlijk van afkicken. Ik kan soms best even heimwee hebben. Op zo’n moment vertel ik mezelf dat dit ook oké is en dat het uiteindelijk niet gaat om succes of om falen. Het gaat erom dat je groeit! Dat ik mijn bewustzijn vergroot, mijn levenslessen leer en mijn eigen talenten en kwaliteiten kan inzetten. Hiermee ben ik ervan overtuigd dat een keuze nooit een foute keuze is…zolang het je dichterbij jezelf brengt.

Enne…of die angst om uit je comfortzone te stappen terecht was? Natuurlijk niet. Iets waar je van tevoren tegenop kan zien, valt achteraf vaak reuze mee. Bovendien valt er buiten je comfort zone veel meer te beleven is mijn ervaring inmiddels 😃

Omgaan met weerstand: een schreeuw om begrip

Toen ik laatst aan iemand vroeg waar ze nog eens een blog over zou willen lezen zei ze: ‘Hoe ga ik nou om met weerstand? Ik weet niet wat ik moet zeggen en klap dicht’. Deze woorden raakten me en voelden tegelijk zo herkenbaar.

Als klein meisje vond ik het lastig om me te verweren. Oftewel: voor mezelf op te komen. Dichtklappen en terugtrekken was mijn automatische afweer. Maar is dit – nu ik volwassen ben – nog wel wel effectief? En waar komt weerstand überhaupt vandaan? Deze inzichten helpen mij vandaag de dag nog om in plaats van mezelf terug te trekken, bewust te kiezen voor: verbinding.

Weerstand van de ander heeft een reden

En de reden heeft meestal niets met jou te maken, maar alles met de zorgen die de ander voelt en de angsten die hij heeft. Dit inzicht helpt mij om met minder schrammen door kwetsende opmerkingen of weerstand heen te komen. En het helpt mij zelfs tot gesprekken die leiden tot begrip en compassie. Mensen zijn namelijk niet negatief zonder reden. Ze reageren vaak zo omdat ze gehoord willen worden of bang zijn om iets te verliezen. Onderzoek wat de angst is – en je kijkt ineens dwars door die opmerkingen heen.

De boodschap achter de boodschap

Ik probeer tegenwoordig vaak de volgende vraag te stellen: “Ik hoor wat je zegt, maar waar komt de lading vandaan?” Hierdoor verschuift de focus van de inhoud van het gesprek naar het gevoel erachter. Vaak dragen mensen een rugzak bomvol ongehoorde frustratie met zich mee. Door deze vraag te stellen komt de echte emotie op tafel, de boodschap achter de boodschap. Je krijgt met deze vraag niet alleen inzicht in de pijnpunten, maar – als je doorvraagt – ook in wat de ander nodig heeft om zich echt gehoord te voelen. Dat is namelijk waar het naar mijn idee om gaat. Weerstand is een schreeuw om begrip. Want wat er vaak achter zit is kwetsbaarheid. Een paar voorbeelden:

  • Iemand is negatief omdat hij aan zichzelf wil bewijzen dat hij waardevol is.
  • Misschien haalt iemand je naar beneden omdat hij zich gepasseerd en niet betrokken voelt.
  • Wellicht is iemand bang voor verandering, omdat degene de impact niet kan overzien.

Niet pushen, maar zien en horen

Mensen hebben even erkenning nodig in hun kritische vragen, twijfels en frustraties. Pas wanneer ze die erkenning – en dan bedoel ik oprechte erkenning – krijgen, staan ze open voor andere perspectieven dan alleen die van zichzelf. Als je met weerstand te maken krijgt – op werk, in je relatie of je team – zegt misschien je oerinstinct om nog harder te pushen. Ik zeg niet doen. Waarom? Het zorgt er niet voor dat de ander gaat veranderen. Begrip tonen is bewezen effectief als je mensen intrinsiek wilt motiveren. Genoeg mensen vinden dit maar soft gedoe – maar geloof me – probeer het eens.

Wanneer je boven tafel hebt wat de grootste zorg en dus diepste angst van de ander is kun je kijken of die ander ook mogelijkheden ziet om anders met de situatie om te gaan. Hoe? Door bijvoorbeeld de ander zijn of haar verlangens te laten benoemen. Achter elke weerstand zit namelijk een verlangen. Dit is een wet die altijd opgaat.

Kies voor de relatie in plaats van voor je gelijk

Maar zelfs al heb je wel gelijk, wat doe je als die ander het je niet geeft? Je kunt op dat moment er hooguit voor kiezen om elkaar te begrijpen. Het accent verschuift op deze manier naar de kwaliteit van de relatie. Kies je dus voor je gelijk of voor verbinding? Waarom zou je doordrammen als je daarmee een (goede) relatie ondermijnt. In zo’n  situatie is het vaak beter het erover eens te zijn dat je beiden van mening verschilt, en dat is oké.

Werk aan je eigen zelfvertrouwen

En wat betreft dat dichtklappen en terugtrekken: ik heb geleerd om dit effect op mij te herkennen en daarna te benoemen. Dat is ook een manier om de verbinding met de ander te herstellen. Het gaat mij steeds makkelijker af naar mate ik meer zelfvertrouwen kreeg. Hier heb ik – niet geheel toevallig – ook een blog over geschreven ;-).

Omgaan met je triggers: hoe word ik emotioneel volwassen?

Volwassen? Ik ben toch al volwassen? Qua leeftijd wel ja. Qua uiterlijk waarschijnlijk ook. Daar hoef je weinig voor te doen behalve in leven te blijven. Maar er is meer voor nodig om emotioneel volwassen te worden.

Je bent kind, groeit op en wordt ineens ‘volwassen’ genoemd als je 18 bent. De Van Dale noemt dit zelfs ‘volgroeid’. Maar volwassen zijn betekent niet dat je volwassen bént. Iemand van 34 kan nog steeds reageren als een 5-jarige bijvoorbeeld. Emotioneel volwassen worden ontwikkel je naarmate je leert van de lessen die het leven je voorschotelt. Ik zie het eigenlijk als een reis. Een reis waarbij je fouten mag maken en weer opstaat om ervan te leren. Ik denk ook dat niemand ooit uitgeleerd is, hoe volwassen je ook bent 🙂

Wat versta ik onder emotionele volwassenheid?

Een hele mond vol. Maar het is eigenlijk heel eenvoudig te verwoorden. ‘Emotionele volwassenheid is wat je bereikt wanneer je niet langer iets of iemand hoeft te veroordelen of beschuldigen voor datgene wat jou overkomt’. Zo, dat is eruit.

Je hebt omstandigheden niet voor het zeggen, maar jouw reactie erop is je eigen keuze. De beste momenten in mijn leven zijn die waarin ik kon beslissen dat mijn problemen van mij zijn. De afgelopen jaren heb ik zelf hulp gezocht omdat ik dit niet op eigen kracht kon. Ik had geen eigen regie over mijn leven. Laat staan dat ik daarvoor verantwoordelijkheid durfde te nemen. Grenzen stellen deed ik niet, en dus verweet ik mijn omgeving voor hoe ik mij voelde. Ik weet nog goed dat ik mijn allereerste coachingsgesprek binnenstapte en daar verwachtte hoezeer ze medelijden met mij zou hebben en zou beamen hoe oneerlijk het leven is. In plaats daarvan leerde ik om naar mezelf te kijken en kreeg ik een spiegel voor mijn neus. Iets wat ik niet gewend was omdat mijn aandacht altijd op anderen gevestigd was.

Omarm je imperfecties

Het klinkt misschien heel gek wat ik nu ga zeggen, maar: verwelkom de stormen in je leven. Omarm je imperfecties. Ze mogen – en misschien wel moeten – er zijn. ‘Maar ik vind het zo vreselijk om fouten te maken’. Dit is iets wat ik vaak dacht en anderen ook zo vaak hoor zeggen. Fouten maken associëren we namelijk met afwijzing en schaamte. Iets wat ons vroeger misschien als kind geleerd is omdat we voor fouten werden afgestraft. Ik kijk er inmiddels heel anders tegenaan: misstappen zijn kansen om te groeien. Ik schaam mij niet meer voor de prutacties uit mijn eigen leven en het lukt me steeds beter om voorbeelden hiervan te delen met anderen. Zo doorbreek je de taboe dat alles maar ‘perfect’ moet en stimuleer je anderen om zich ook kwetsbaar op te durven stellen. Ook op de werkvloer zijn dit vaak de mooiste gesprekken.

Schrijfser Brené Brown zegt het heel treffend: “Op het moment dat je liefdevoller met jezelf kunt omgaan, kun je ook je imperfecties accepteren”. En dat is levensles nummer 1. Nu door naar de volgende.

Jij bent de baas over jouw emoties

Een van de eerste – en ook moeilijkste – dingen die ik heb geleerd afgelopen jaren is dat mijn gevoelens van MIJ zijn. Van MIJ alleen. ‘Oke maar ze worden toch veroorzaakt door anderen of door omstandigheden?’ Ze kunnen inderdaad een trigger zijn, maar hoe jij erop reageert is aan jou. In plaats van anderen de schuld te geven van hoe ik me voelde – van afwijzing tot teleurstelling – leerde ik om de verantwoordelijkheid voor mijn leven weer terug te pakken. Ik ben zelf de baas over mijn emoties, niemand anders. En emoties willen graag gehoord worden. Dus de consequentie van het ‘doen of ze niet bestaan’ is dat ze alleen maar harder gaan roepen om aandacht. Ga dus het dialoog met jezelf aan. Als je je emoties hun verhaal laat vertellen – ik schrijf ze vaak letterlijk op – merk je dat ze tot rust komen. En jijzelf dus ook. Dan kun je blij zijn met je teleurstelling of boosheid, omdat ze je hebben geholpen om een probleem op te lossen en een gesprek te hebben over de dingen die voor jou belangrijk zijn.

En wist je trouwens dat je eigen gedachten je emoties triggeren? In plaats van denken ‘ik ben niet goed genoeg’ en me vervolgens down voelen, denk ik nu ‘ik mag er zijn’ en durf ik mezelf te uiten. Wat een verschil. Dit was trouwens geen makkelijke opgave, het gaat soms om overtuigingen die diep ingebakken zitten. Maar hé, je bewust worden van je gedachten is in ieder geval de eerste stap in het ombuigen ervan.

Stap uit je comfort zone

Ga eens die confrontatie met jezelf aan en kies niet voor de meest gemakkelijke ‘snelweg’ van zelfafwijzing. Wees niet te kritisch op jezelf. Durf op je gezicht te gaan, trek lering uit deze momenten en probeer de volgende keer een andere route te kiezen. Je  krijgt er een nog mooiere versie van jezelf voor terug 😉

Niks doen: hoe doe je dat?

Als iemand vraagt hoe het met me gaat is mijn standaard antwoord vaak: “Ja wel goed, lekker druk”. Maar waarom zeg ik dat eigenlijk? Is altijd maar druk zijn wel iets goeds?

Toen ik afgelopen zomer volledig thuis kwam te zitten vanwege mijn zwangerschap werd ik me bewust dat ik leed aan het ‘ik-moet-iets-doen-syndroom’. Ik voelde me zo ontzettend doelloos en onbestemd dat ik niet kon genieten van rust. Ik wist niet eens hoe ik 10 minuten stil op de bank moest liggen zonder 26 keer mijn email te checken. Ik herkende mezelf niet meer – want gek genoeg – als kind vond ik rust en tijd alleen namelijk heerlijk. Waarom had ik dan nu zo’n moeite met ontspannen?

Onderzoek je gedachten

Ik betrapte mezelf op de gedachte dat het druk hebben verbonden leek te zijn met me succesvol voelen. Of in ieder geval: dat dácht ik. Maar is dat ook zo? Je gedachten zijn niet altijd de waarheid, dat wist ik maar al te goed. Oke, laten we dit even uitdiepen. ‘Hoe meer ik doe, hoe meer ik gewaardeerd word’ en ‘als ik druk ben, heb ik controle’ zegt dat stemmetje in mijn hoofd waardoor ik steeds weer mijn agenda vol wil proppen. Met andere woorden: ik ben waardeloos als ik niets doe. Toch wel typisch dat – ondanks alle blogs die ik heb geschreven – mijn gevoel van eigenwaarde nog steeds samengaat met ‘hard werken’.

Waardering voor je ‘doen’ stilt niet de honger naar waardering van je ‘zijn’. 

Wat mij helpt is steeds weer te realiseren dat ik niet mijn gedachten bén, maar ze alleen héb. In feite zijn we dus verslaafd aan onze eigen gedachten, aan die gesprekken met jezelf in je hoofd: we hebben de neiging om van onszelf van alles te moeten. Conclusie: we creëren dus onze eigen stress. Je hébt wel gedachten (‘ik moet die mail nu beantwoorden!’), maar als je je realiseert dat je niet die gedachten bént, dan ben je in staat jezelf hiervan los te weken (‘nee, dit kan ook wachten’). In de afgelopen periode mocht ik deze les leren: ik ben goed zoals ik ben, ook al doe ik helemaal niets, noppes, nada.

Als druk zijn een verslaving is

Druk zijn kan dus een gevoel van succes oproepen. Ik las pas een artikel waarin stond dat stress net zo verslavend is als suiker. Bizar toch? En die oorzaak ligt dan ook in onze hersenen. Druk zijn triggert je beloningssysteem. Door hard te werken haal je je deadlines of akker je die ontiegelijke mailachterstand weg. Hierdoor komt er dus dopamine vrij in je hersenen. En dat geeft een lekker gevoel, die adrenalinekick. Een heel natuurlijke reactie, maar met minder leuke bijwerkingen.

Drukte houdt drukte in stand.

Nog een eye-opener: altijd maar druk willen zijn kan ook een goede afleiding zijn voor iets waar je bang voor bent. Bang? Ja, stilte kan eng zijn. Want als er niks is waar je nog mee bezig hoeft te zijn, wat blijft er dan nog over? Ja, jij. Jij alleen. En ben je blij met wie je bent? In ontspanning zit het gevaar van confrontatie met iets dat je liever verdrongen houdt. Denk daar eens over na.

Hoe kick je af?

Verslaafd zijn aan je o-zo-drukke-leven is dus helemaal niet gek, maar des te belangrijker is het om tijd te besteden aan dat wat waardevol voor je is. Achterlaten dus, die busy state of mind. Maar hoe tem je die verslaving? Stress hoeft helemaal niet altijd slecht te zijn, maar constante afhankelijkheid wel. Dit is wat mij geholpen heeft:

  • Pak de oorzaak aan: word je bewust van je eigen gedachten. Schrijf ze gewoon eens op en ontdek het patroon van je eigen ‘moeten’.
  • Wees oké met het feit dat als je niks doet je nog steeds goed genoeg bent. Durf je te vervelen. En dat is een lastige, want het zit zo in ons systeem. Dat je wat moet doen. Iets. Wat dan ook. Om iets te krijgen. Iets te ontvangen.
  • Duik met onverdeelde aandacht in een taak en neem daarna hersteltijd. Druk en stress is niet erg, zolang je het maar afwisselt en je ontspanning pakt.
  • Probeer geleidelijk af te bouwen. Het vergt een enorme aanpassing van je lichaam om van álles terug te schakelen naar helemaal niets. Alsof je cold turkey gaat afkicken. Dit verklaarde bij mij ook de onrust die ik voelde toen ik nog in de stressstand stond, maar eigenlijk niets meer hoefde en mocht. Opeens moet je verder zonder alle hormonen die je alert hebben gehouden.
  • Last but not least: zet je smartphone soms even in een andere ruimte. Of in ieder geval buiten je gezichtsveld. De grootste afleider is namelijk dat oplichtende schermpje dat om de haverklap staat te knipperen. En onthoud: je hoeft niet direct te antwoorden 😉

Voor jezelf kiezen: is dat egoïstisch?

Kiezen voor jezelf…precies dat was in mijn ogen altijd een egoïstische keuze. Want vaak gaat dit ten koste van iets of iemand anders. Maar is dit ook zo? Voor jezelf kiezen is eigenlijk voor jezelf zorgen en je eigen behoeften serieus nemen.

Van jongs af aan leren we om ons aan te passen aan ‘hoe het hoort’. De een is daar gevoeliger voor dan de ander. Het voelde voor mij jarenlang comfortabel om te voldoen aan andermans verwachtingen. Zo ging ik een conflict of lelijke gezichten uit de weg. Ik was er zo goed in geworden dat mijn grenzen vervaagden en ik niet eens meer wist wat ik zelf eigenlijk wilde. Nu stel ik mezelf steeds vaker de vraag: besluit ik dit nu vanuit schuldgevoel of omdat dit het beste is voor mezelf? Zelfreflectie 2.0 noem ik het en ik deel graag mijn lessen op dit gebied.

Zorg eerst voor jezelf

We moeten éérst kiezen voor onszelf zodat we iets hebben om te geven aan anderen. ‘Ja ja dat zal wel’ hoor ik mezelf nog denken, want die uitspraak kende ik maar de essentie ervan drong nooit tot mij door. Het werkt zo: wat je niet hebt kun je ook niet geven. Als jij goed voor jezelf zorgt, dan kun je er pas écht goed zijn voor een ander. Dan ben je er omdat je het wilt en omdat je er de rust, de energie en de tijd voor hebt. Een ander – maar jij ook – voelt dit verschil. Het werkt een beetje als het zuurstofmasker in een neerstortend vliegtuig. Als ik niet eerst voor mezelf zou zorgen dan raak ik bewusteloos en dan kan ik ook mijn naasten niet meer helpen. Zo leggen we allemaal het loodje. Daar zit je dan met je goede gedrag…

Als je alles altijd weggeeft aan anderen – al je liefde, al je aandacht, al je tijd – dan blijf jij met lege handen achter. En ja, soms moet je jezelf wegcijferen. Zo is het leven. Jezelf opofferen kan ook iets moois zijn, totdat het iets lelijks wordt. Want als je het teveel doet dan blijf jij uitgeblust achter.

Van hard naar hart voor jezelf

‘Waar ben ik eigenlijk mee bezig?’ Zodra die vraag in je opkomt, ben je eigenlijk al in dialoog met jezelf. En in dat dialoog ligt de sleutel naar goed voor jezelf kunnen zorgen. Er zit echter wel een gevaar in: die innerlijke criticus. Dat vervelende stemmetje dat alles bekritiseert wat je doet en zegt. De criticus is erop uit om je schuldig en slecht te laten voelen. Ik dacht altijd dat als ik voor mezelf kies, ik een ander tekort doe. Dat is precies waarom ik nooit voor mijzelf durfde op te komen. Ik nam dan ‘meer’ en daardoor krijgt de ander automatisch ‘minder’ en dat maakte mij ‘slecht’. Dat dacht ik. Het is niet zo. Je gedachten zijn niet altijd de waarheid.

Hoor jij dat stemmetje wel eens in je hoofd en ‘moet’ je heel veel van jezelf? Onderzoek je gedachten en overtuigingen. Probeer liever voor jezelf te zijn, ga van moeten naar mogen. Zet die negatieve gedachten om in gedachten als ‘ik mag tijd voor mezelf nemen’, ‘nee zeggen is ook prima’, ‘ik moet niks’.

Hoe zou je het vinden als je beste vriend(in) deze keuze maakte?

Een goede manier om erachter te komen of je niet te streng bent voor jezelf, is om je voor te stellen dat een dierbare zoiets zou doen en jou vraagt ‘denk je dat ik dit kan maken?’ Grote kans dat je enthousiast roept ‘maar natuurlijk, dit is het beste voor jou!’. Kun je jezelf die ‘beste-vrienden-pitch’ geven? Word je eigen beste vriend. Het belangrijkste wat ik heb geleerd is het volgende: voor jezelf kiezen is niet hetzelfde als tegen de ander kiezen.

Voor jezelf kiezen doe je omdat jij het waard bent om voor te kiezen, omdat jouw gevoel belangrijk is. Als je na een lange werkweek het liefst op zaterdagavond in je joggingbroek op de bank ligt, dan is er niets mis mee om dat gewoon eerlijk te zeggen. Maar ook: als de ander zegt dat een afspraak niet zo goed uitkomt, zie dat dan niet als een afwijzing. Maar denk bij jezelf: goh wat goed dat diegene dat uitspreekt en even voor zichzelf kiest. Toen ik steeds meer open en eerlijk durfde te zijn over mijn eigen gevoel en behoefte, ging ik steeds meer merken dat de ander dat accepteert. Sterker nog: dat de ander dat de normaalste zaak van de wereld vindt.

4 tips hoe je schaamte aanpakt

‘Wat ben jij toch een kluns, kun je dan nooit iets in 1x goed doen’? ‘Waarom sta je daar nou zo te stamelen, je had het toch goed voorbereid’? ‘Daar gaat ze weer hoor: code rood’.

Ik hoor mezelf deze woorden nog zeggen. Voor degenen die mij een beetje kennen, weten dat ik dit niet zo snel – lees nooit – tegen anderen zou zeggen. Maar waarom dan wel tegen mezelf?

4 tips hoe ik met schaamte omga

Oke. Daar gaan we. Maar eerst even iets meer over schaamte. Want wat is dit nou eigenlijk? Hoe ik het zou omschrijven is schaamte een gevoel dat voortkomt uit angst en de gedachte dat je niet voldoet aan de verwachtingen van anderen of van jezelf. En dat laatste is waar het vaak over gaat. Wij zijn zelf onze grootste vijand – want hey – de lat ligt zo hoog als je hem zelf legt. Toch is schaamte ook nuttig: de angst om er niet meer bij te horen of afgewezen te worden komt voort uit de ‘need to belong’. Als we iets doen wat sociaal gezien niet zo handig is, zorgt het vervelende gevoel ervoor dat je je aanpast. Zo, dat was het theoretische deel, nu door naar mijn tips 😉

Tip 1. Durf kwetsbaar te zijn

Door je te schamen zeg je eigenlijk tegen jezelf: jij mag er niet zijn. Vandaar dat gezegde ‘je doodschamen’. Heftig toch? Als ik schaamte voel, zak ik ook het liefste door de grond. Want ja, volgens dat stemmetje in mijn hoofd heb ik iets niet goed gedaan. Zoals die presentatie die niet vlekkeloos verliep, die ene tandpastavlek op mijn shirt waar ik – en plein public – op gewezen werd of dat gesprek waar ik niet uit mijn woorden kwam en rood aanliep.

Kwetsbaarheid is eigenlijk het omgekeerde hiervan. Kwetsbaarheid wil zeggen: jij mag mij helemaal zien zoals ik ben. En dat is eng.

Tip 2. Werk aan je zelfvertrouwen

Zelfvertrouwen en eigenwaarde zijn nog twee belangrijke ingrediënten om met schaamte te dealen. Je mag er zijn zoals je bent met je positieve en minder positieve kanten (want die heeft iedereen). Kijk eens naar je overtuigingen zoals de bekende ‘ik moet alles voor elkaar hebben’, de moetjes die je jezelf hebt aangeleerd en hoe je tegen jezelf praat. Is dit liefdevol? Empathie is het tegengif van schaamte.

De een kan zich rot schamen als ze met een maandverbandje in de hand over de afdeling loopt terwijl de ander tegen zichzelf zegt ‘ach, ik heb toch niets te verbergen’. De oorzaak voor dit verschil ligt in je karakter, maar ook in je verleden waar je normen en waarden zijn gevormd. Ondanks dat, kun je aanleren om vriendelijk tegen jezelf te zijn. In plaats van ‘mislukkeling’ zeg ik nu tegen mezelf ‘geeft niks, volgende keer beter meid’.

Tip 3. Niet alles hoeft perfect

Ja, dat is makkelijker gezegd dan gedaan met al die perfecte plaatjes die je dagelijks ziet op social media. Maar is dit realistisch? En doe jij iets fout als jij hier niet aan voldoet? N.E.E. Enne…iedereen doet wel eens dingen waar hij minder trots op is. En dat mag ook, dat is oké. Accepteer dat nou eens.

Tip 4. Praat erover

Schaamte gaat zonder zuurstof aan je vreten, dus lucht je hart. Door erover te praten met iemand die je vertrouwt, zul je erachter komen dat je het in je hoofd veel erger maakt dan het werkelijk is. Wanneer je open bent over de dingen waar jij je voor schaamt gaan mensen reageren. Je bent dan beter in staat om te relativeren, waardoor de lading van dat vervelende gevoel afneemt. Schaamte groeit door verborgenheid in stilte en neemt af door medeleven en empathie.

Heb jij nog meer tips? Deel ze gerust!

 

 

 

Alles over eigenwaarde: hoe versla ik zelfkritiek?

‘Heb je naaste lief als jezelf’ heb ik in mijn leven vaak gehoord. Bij mij bleven slechts de eerste 4 woorden hangen. Want hoe heb je nou jezelf lief? En is dat nou echt zo belangrijk? Ja! Maar waarom?

Jouw gevoel van eigenwaarde bepaalt in grote mate of je gelukkig wordt in het leven. Wanneer je van jezelf houdt, laat je je minder makkelijk uit het veld slaan door de dingen die gebeuren. Of de dingen die mensen tegen je zeggen. Ik haalde zelf jarenlang mijn eigenwaarde uit de bevestiging van anderen. Iets wat mij niet verder bracht, maar juist ongelukkig maakte. Want eigenwaarde is de waarde die jij jezelf toekent op basis van wie jij bènt, onafhankelijk van wat je hèbt of wat anderen tegen je zèggen. Maar voordat je dat lukt, is het eerst nodig om jezelf te accepteren. Zelfacceptatie dus.

Weg met de zelfafwijzing!

Helaas blinken we in dit leven vaak uit van het tegenovergestelde: zelfafwijzing. Er wordt vanuit onze maatschappij een enorme druk uitgeoefend om succesvol te zijn en onszelf dus constant met anderen te vergelijken. We denken dingen als:

  • Er is iets mis met mij
  • Ik kan toch nooit voldoen
  • Iedereen moet mij leuk vinden
  • Ik mag geen fouten maken
  • Ik hoor er niet bij
  • Wat ik te zeggen heb is toch niet belangrijk
  • Ik ben lelijk
  • Ik ben het niet waard
  • Ik ben gewoon niet goed genoeg

De innerlijke criticus – die vervelende kritische stem

Gedachten zoals hierboven worden ook wel ‘beperkende overtuigingen’ genoemd. Maar ik noem het vanaf nu de ‘innerlijke criticus’ – bij sommigen wat luider aanwezig dan bij anderen. De innerlijke criticus ontwikkelt zich al heel vroeg in ons leven omdat we als kind onvermijdelijk met pijn en afwijzing te maken krijgen (hoe goed ouders het ook met hun kinderen voor hebben!). Mocht je fouten maken als kind? Was er aandacht voor jouw emoties? Werd je serieus genomen en gerust gesteld? Een kind gaat al snel onbewust tegen zichzelf zeggen: ‘Stel je niet aan, doe niet kleinzerig, het is toch niet belangrijk’.

Ik heb er zelf ook een handje van. Zo hoor ik – terwijl ik dit aan het schrijven ben – allerlei opmerkingen over mijn schrijfkunsten. En natuurlijk is het niet goed genoeg wat ik allemaal opschrijf. Hoe haal ik het in mijn hoofd om dit te publiceren? Hoewel ik deze negatieve gedachten absoluut niet fijn vind – lees super irritant – heb ik inmiddels wel geleerd hoe ik mijn innerlijke criticus de mond kan snoeren. Hij zal er altijd wel zijn, maar ik laat hem niet meer de baas over mij spelen. Integendeel, ik kan nu met liefde naar mezelf kijken en tegen mezelf praten. Dit was voor mij de sleutel naar een leven met minder stress en angst – en hoera 😉 – dus meer geluk. Ik deel graag met jullie hoe ik dit heb aangepakt.

Praat tegen jezelf zoals je zou doen tegen iemand waarvan je houdt

Het is belangrijk dat je gaat inzien dat je ‘goed genoeg’ bent. Als je die twee woorden onthoudt, kom je al een heel eind. Zelfliefde is een vorm van acceptatie: ik ben goed genoeg zoals ik ben! Dit punt bereiken betekent dat je alle koeienstront moet bekijken die mensen – inclusief jezelf – je hebben verteld. Wees kritisch naar de criticus! Dus:

  • Probeer voor jezelf op te schrijven welke negatieve ervaringen, gedachten of dingen die tegen je gezegd zijn invloed hebben op de manier waarop jij nu naar jezelf kijkt. Herken je je in het rijtje hierboven?
  • Klopt het wat de criticus zegt? Ben ik waardeloos of onbelangrijk? Waarom ben ik niet goed genoeg of hoor ik ergens niet bij? Voer de dialoog. Wat is je eigen conclusie over wie je bent? Ga geloven in je eigen waarheid.
  • Iedere keer als de criticus weer aan het woord is en je naar beneden haalt, vervang je ze bewust door liefdevolle woorden. Praat vriendelijk tegen jezelf. Dit stuk vond ik erg moeilijk, want hoe doe je dat nou? Wat mij hielp is om te bedenken wat een lieve, goede vriendin tegen me zou zeggen in zo’n situatie. Of wat zou jij tegen haar zeggen? Oftewel: wees lief voor jezelf, heb zelfcompassie. Word je eigen beste vriend(in!).
  • Herformuleer je gedachten dan tot positieve en helpende gedachten. Bijvoorbeeld: ‘ik hoef niet perfect te zijn, ik ben goed genoeg zoals ik ben’, ‘ik hoef niet iedereen tevreden te houden’, ‘ik mag fouten maken want daar leer ik van’, ‘ik mag best nee zeggen’.

Ohja: Straf jezelf niet als je negatieve gedachten ervaart. Het is al geweldig dat je je eigen gedachten opmerkt, dat is een essentiële stap voor verandering.

Besef dat jij niet je gedachten bent!

Wat mij hielp is te beseffen dat ik die stem niet ben – en het klinkt misschien gek – maar je bent niet je gedachten. Dat betekent dat je er dus ook niet klakkeloos naar hoeft te luisteren. Het onderzoeken van je zelfkritiek en tegen jezelf liefdevolle dingen zeggen, helpen om op een andere manier met je innerlijke criticus om te gaan. In dit proces groeit je eigenwaarde en je zelfvertrouwen omdat zal blijken dat in het zonlicht van je eigen vriendelijkheid, het monster verschrompelt 😉

In mijn volgende blog schrijf ik over het herkennen en aangeven van grenzen.

Alles over grenzen: weg met dat schuldgevoel

“Als ik mijn grenzen aangeef, dan voel ik me schuldig”. Herkenbaar? Voor mij: story of my life. Maar ik ben nu inmiddels een tijdje – en wat rimpels – verder en ik kan niet wachten om erover te schrijven.

Grenzen herkennen en stellen – het was de afgelopen jaren een van de grootste thema’s voor mij. Als klein meisje verlangde ik altijd al naar harmonie. Als de mensen om mij heen blij en tevreden waren, voelde ik me rustig. Maar bij onenigheid of conflicten, paste ik mij aan of maakte mezelf onzichtbaar. ‘Nee’ zeggen deed ik bijna niet, daarmee zou de ander wel eens gekwetst of boos kunnen worden. Het was een manier om mezelf te beschermen – en ja, het zit ook gewoon in mijn karakter. Een kwaliteit, maar ook een valkuil.

Hoe weet ik wat mijn grenzen zijn?

Om te weten wanneer iemand een grens over gaat, moet je dat eerst kunnen voelen. Ook al zou je aan de universiteit cum laude kunnen afstuderen op grenzen: dan nog kan het gebeuren dat je je eigen grenzen over gaat. Grenzen ervaren heeft weinig te maken met kennis of verstand. Grenzen kun je voelen. En gevoelens uiten zich in je lijf: bij je hartstreek, buik of schouders. Op het moment dat een ander of jijzelf je grens ‘aantikt’ geeft je lichaam een signaal. Zolang het ‘oke’ is voel je rust, ontspanning, ruimte, veiligheid. Op een grens slaat je lichaam alarm: ik word bijvoorbeeld alert, ik voel negatieve spanning of onrust. Laat maar eens iemand langzaam op je aflopen. Je kunt precies aangeven waar voor jou de grens ligt tussen een prettige afstand en ongemakkelijke nabijheid. Je voelt letterlijk wanneer de ander jouw grens overschrijdt. Zo leerde ik hiermee oefenen. En oefenen. En oefenen.

Angst om de ander teleur te stellen

Ik heb mezelf vaak afgevraagd hoe ik meer kan leren om ‘nee’ te zeggen en voor mezelf kan opkomen. Toen mij dit na jaren nog steeds bezig hield, wist ik dat die ‘hoe’ vraag weinig zin meer had. Het vraagstuk zit niet zozeer in: HOE je NEE zegt. Het vraagstuk zit in het feit WAAROM het niet lukt. Is het angst voor afwijzing? Angst om de ander teleur te stellen? Of een behoefte aan waardering? Of misschien wil je geen ‘ouwe zeur’ worden gevonden. Deze angsten zorgen ervoor dat je problemen met grenzen krijgt. Toen ik met dit zelfonderzoek begon kwam ik erachter dat ik onbewust allerlei gedachten en overtuigingen had die ‘nee’ zeggen moeilijk maken (hé daar heb je die innerlijke criticus weer–>check hierover mijn vorige blog!).

– ‘Ik moet leuk gevonden worden’
– ‘Ik mag anderen niet teleurstellen’
– ‘Ik ben verantwoordelijk voor andermans geluk’
– ‘Als ik nee zeg, zal de ander mij afwijzen’

Als je dus wel een keer ‘nee’ zegt, voel je je automatisch schuldig! Waarom? Omdat je gelooft in die – onware – gedachten. Om aan je grenzen te werken, moet je dus eerst een stap dieper gaan en jezelf afvragen waarom je het zo moeilijk vindt. Je zult erachter komen dat dit oude ‘kinderlijke’ gedachten zijn. Als kind lijken deze gedachten logisch, het houdt je op je plek. Nu je ouder bent, mag je deze drijfveren best onderzoeken en – heel belangrijk – tegenspreken. Je kunt namelijk niet iedereen tevreden houden, en dat hoeft ook niet. Wat een heerlijke gedachte is dat. En als de ander je afwijst omdat jij een grens stelt? Vraag je dan eens af of dit een ‘gezonde’ relatie is.

Het belang van grenzen: ze vormen je identiteit 

Grenzen vormen een essentieel onderdeel van je identiteit. Als je geen grenzen stelt, is voor jou en voor anderen niet duidelijk wie je bent en wat je wilt. Je kunt jezelf hierdoor verliezen. Toen ik op dit dieptepunt kwam, heb ik hulp gezocht. Ik besloot dat ik zo niet verder wilde. Ik nam een time out. Van alles. Van iedereen. Ik kwam erachter dat ik een inhaalslag moest maken als het om grenzen ging, ik moest ze ontwikkelen, respecteren en aangeven. Ik leerde om mezelf en mijn behoeften belangrijk genoeg te gaan vinden.

Als je twijfelt tussen ‘ja’ en ‘nee’: vraag dan jezelf eens af…

Heb ik hier echt wel tijd voor? Wil ik hier mijn aandacht aan besteden? Houd ik nog wel tijd voor ontspanning over?
Doe ik dit omdat ik ‘ja’ wil zeggen, of omdat ik bang ben dat ‘nee’ niet geaccepteerd wordt?

Pas als je ‘nee’ kunt zeggen, krijgt je ‘ja’ waarde. Je doet dan namelijk iets uit ‘vrije wil’ in plaats van plichtsgevoel of druk van buitenaf.

Ja zeggen tegen je eigen behoeften is te leren. Luisteren naar eigen gevoelens is te leren. Sterker nog: een kind van vijf jaar kan het (ask me all about it)! Grenzen aangeven kan iedereen dus ook leren.

 

Hoe ga ik om met kritiek? Een verwijt als wens

‘Ik weet niet meer hoe ik iets moet zeggen, want jij schiet om het minste of geringste in de verdediging’. ‘Nee hoor; jij vat tegenwoordig alles op als een verwijt, ik loop op eieren’. Herken je er iets in? Ja? Lees dan verder!

Het krijgen van kritiek is niet makkelijk; je wordt aangesproken op gedrag dat voor de ander niet oké is – zo legt de Van Dale dit uit. Ik voelde mij vaak veroordeeld als ik kritiek kreeg, ook als het niet eens verwijtend was. ‘Houd alsjeblieft op met praten’, dacht ik. ‘Ik wil het niet meer horen. Verdere uitleg niet nodig. Bedankt’. Het enige wat ik dacht te horen was ‘ik ben niet goed genoeg’. Nu weet ik dat dat vooral te maken had met mijn onzekerheid en mijn eigen gedachten over mezelf. Daarom gaan we onszelf verdedigen of rennen we – soms letterlijk – weg. Het zorgde ervoor dat ik meer in mijn schulp kroop en daarna minder durfde. Dit patroon doorbreken is lastig, maar niet onmogelijk. Het begint – alweer – met zelfinzicht :-).

Kritiek ombuigen naar feedback

Kritiek uiten op een liefdevolle manier is niet makkelijk – sterker nog – helaas komt het er vaak uit als ‘koeienstront’. In kritiek zit namelijk vaak een oordeel of een verwijt. Zeker als we moe zijn of snakken naar een goede kop koffie. Maar wist je dat een verwijt eigenlijk een negatief verpakte wens is? Een verborgen verlangen zoals iemand zich eigenlijk graag wil voelen of de dingen graag ziet gebeuren. Er zit dus altijd een behoefte achter. Probeer die eens te achterhalen. Welke wens zit er achter de kritiek die je krijgt of geeft? Praat dus in wensen en formuleer ze in plaats van: ‘Jij komt ook altijd te laat’ of ‘Jij denkt ook alleen maar aan jezelf’, als: ‘Ik zou graag willen dat je op tijd komt’ of ‘ik vind het fijn als we meer tijd samen doorbrengen’. Dan wordt kritiek ineens feedback – opbouwend en gericht op het versterken van de relatie. Enne…het erkennen van de wensen of zorgen van de ander heeft meer waarde dan dat je deze direct op moet lossen. Met wederzijds begrip kom je al een heel eind.

Kritiek als persoonlijke aanval

Interessant hè dat kritiek vaak voelt als een aanval op je persoon. Hoe komt dat toch? Dan voelen de opmerkingen over bijvoorbeeld mijn schrijfstijl of schoonmaakkunsten als kritiek op mijn hele zelf, op wie ik ben. Maar – welke reactie het ook oplevert – het heeft natuurlijk alles te maken met mijn eigen ego en onzekerheid. Het is moeilijk om datgene wat je doet te scheiden van wie je bènt. Je bent namelijk niet wat je doet. Duw je kritiek weg omdat je overtuigd wilt zijn van je eigen gelijk? Of laat je het binnen als een totale afkeuring van je hele zijn? Beide reacties zijn naar mijn idee onterecht. Uitvergroten en opblazen van kritiek: we kennen het allemaal. Bedenk dat kritiek van een collega of je partner niet in 1e instantie iets over jou als persoon zegt maar vooral over het verlangen of de zorgen die de ander heeft.

Kritiek als bron van groei

Hoe moeilijk het ook is en hoe makkelijk dat ook klinkt, probeer kritiek te zien als gratis feedback om van te leren – een cadeautje dus. Of nog beter: zie kritiek als de bron van groei. Je zult zien dat iemand dan veel meer open staat voor wat je zegt als je kritiek opbouwend en niet veroordelend brengt – weg dus met die ‘koeienstront’. Uiteindelijk gaat het erom dat je de kritiek filtert en door je eigen trechter haalt. Alleen de kritiek die je kunt gebruiken komt door de trechter heen. Luister, laat het bezinken en denk erover na. Kom er desnoods de volgende dag op terug.

Kritiek ombuigen betekent ook dat je de kritiek op jezelf loslaat

Ieder mens maakt weleens fouten of pakt dingen onhandig aan – en dat is oké. Wat ik in een eerdere blog overemotionele volwassenheid schreef: omarm je imperfecties. Probeer in plaats van te denken dat je niet deugt of dat je niet goed genoeg bent (dàg innerlijke criticus), te leren uit de kritiek die je krijgt. Probeer je bewust te worden van je emoties naar aanleiding van kritiek en kijk hiernaar zonder jezelf te veroordelen. Ik heb zelf de neiging om mijn eigen grootste criticus te zijn. Wanneer we onze zelfkritiek loslaten dan creëren we ruimte om van onszelf te houden. Wat niet betekent dat mensen je niet meer zullen bekritiseren, maar het zal je veel minder diep raken.

Heb jij voorbeelden hoe je met kritiek omgaat? Of hoe je hiervan hebt geleerd? Laat het me gerust weten.

Last van perfectionisme? Goed is goed genoeg

Ook last van piekeren of je snel zorgen maken? Ik kan er eerlijk gezegd wel wat van. Gebeurtenissen uit het verleden herkauwen en malen over de toekomst.

Waarom doen we dat toch? Ik kom steeds tot 1 conclusie: angst en controle. Alles moet perfect gaan zodat ik maar voel dat ik ‘goed genoeg’ ben. En het grappige van dit alles is: dat is het dus nooit. Omdat perfectie niet bestaat. De vraag die ik mijzelf tegenwoordig vaak stel is: moet ik alles willen – en als ik het wil – moet het dan perfect zijn?

Mijn antwoord hierop is ‘nee’ – en ik geef toe – het heeft even geduurd voordat ik dat kon zeggen.

Alle ballen willen hooghouden

Bij ons vrouwen – zo blijkt uit onderzoek – komt perfectionisme vaker voor en dat verbaast me eigenlijk niets. Waarom? Naast een succesvolle collega, willen we ook de perfecte vriendin zijn, de perfecte moeder én de perfecte vrouw waarbij onze man elke avond gelukkig thuiskomt. Dan heb ik het nog niet eens over het perfecte huis – note to self in een verhuizing – en zo kan ik nog wel even doorgaan. We willen niet horen dat we ‘niet goed genoeg’ zijn. Deze drijfveer zorgt er daarom bij mij voor dat ik altijd heel veel ‘moet’ van mezelf. En al dat ‘moeten’ zorgt voor druk. Heel veel druk.

Verslaafd aan druk?

Laat ik eerst even zeggen dat perfectionisme – en daarmee ook de stress – opzich niet erg is. Het helpt je om de juiste keuzes te maken en het helpt je om te groeien. Stress geeft je dan die boost die je even nodig hebt om te presteren.

Maar tegenwoordig – en dat is mijn mening – is druk zijn een beetje een statussymbool geworden; als je niet druk bent dan doe je iets niet goed. Op werk plannen we onze sprints propvol en eenmaal thuis houdt het niet op. Het lijkt erop alsof we allemaal de focus hebben op onze eindeloze todo-lijst. Stress is verslavend. Als ik naar mezelf kijk voel ik mij eigenlijk ook alleen maar nuttig en belangrijk wanneer ik druk ben. Op het moment dat ik dit schrijf – al een paar dagen griep – verveel ik me zo stierlijk erg dat ik er gek van word. In plaats van denken ‘yes eindelijk even rust’, denk ik ‘ik moet iets doen, ik moet die mails beantwoorden’. En dan realiseer ik me opeens dat ik slaaf ben geworden van mijn eigen ‘moeten’. Absurd, toch?

Goed is goed genoeg

Dit beseffen is natuurlijk veel makkelijker gezegd dan gedaan. Voor mij was de belangrijkste stap om mijn verwachtingen van ‘hoe ik hoor te zijn’ te verlagen. Nu achteraf zie ik pas hoe streng ik jarenlang was voor mezelf. Perfectionisme komt vaak voort uit angst. Angst om te falen en angst voor kritiek. Ik ben al jaren fan van schrijfster Brene Brown, zij zegt:

“If I look perfect, live perfectly, and do everything perfectly, I can avoid or minimize the painful feelings of shame, judgment, and blame.”

Of jouw perfectionisme nou af en toe de kop op steekt – of een allesverslindend monster is – je kunt er vanaf komen door je mindset te veranderen van ‘wat zullen ze wel niet van me denken!?’ naar ‘ik ben genoeg’. 

Word je bewust van het geklets in je hoofd

In de periode dat ik in een dip zat en zelf hulp zocht, heb ik geleerd om het innerlijke dialoog aan te gaan. Wattes? Ja, eigenlijk een soort gesprek met jezelf. Gedachten zijn maar gedachten en ze hoeven niet waar te zijn. Je hoeft niet te luisteren naar je eigen ‘moeten’. Je kunt ze sturen en dus ook tegenspreken. Oke, maar je kunt toch niet zelf bepalen wat je denkt? Klopt, soms ontstaat er een gedachte die je de stuipen op het lijf jaagt (‘ik mag niet falen!’). Maar je kunt zelf bepalen wat je aanneemt als ‘waar’. Veruit de meeste gedachten zijn onzin. En door ze niet te geloven kun je zelf bepalen hoe je je wilt voelen. Laat al die gedachten je perfectionisme niet voeden.

Je kunt leren om net zo tegen jezelf te praten als tegen een goede vriend of vriendin: warm en begripvol.

Wist je dat mensen die wat liever voor zichzelf zijn over het algemeen ook gelukkiger zijn? Ze zijn sneller tevreden en hebben minder kans op angsten en depressie.

Leer loslaten

Ik heb mezelf aangeleerd – als ik weer eens allerlei dingen moet van mezelf – om woorden te zeggen als:

  • Ik doe mijn best, meer kan ik niet doen
  • Ik hoef niet alles
  • Ik mag ook gewoon ‘nee’ zeggen
  • Jammer dan – of gewoon – fuck it

Heerlijk om deze woorden af en toe uit te spreken en daarmee een einde te maken aan die slavernij 😉